heeft op die kolos. Het voelt voor hem alsof hij naar een blinde muur staart in plaats van naar een open straat. In zijn ogen is een oprit bedoeld voor kort gebruik, niet als vaste stalling voor zulke grote objecten.
Hij denkt nu na over wat hij kan doen. Hij heeft al uitgezocht of er wijkafspraken of gemeentelijke regels zijn over het langdurig parkeren van caravans in woonwijken. Ook overweegt hij om nog eens rustig met zijn buren te praten en te vragen naar een andere oplossing. Maar hij zit