De Illusie van de Eeuwigheid

stilte. Er was geen hapering, geen trilling in zijn stem, geen enkele vorm van aarzeling. Alleen dat. De woorden drongen niet onmiddellijk tot me door. Ze zweefden tussen ons in als een zin in een vreemde taal.

Ik wachtte op de rest van de zin. Ik wachtte op een correctie, op een plotselinge lach, op de woorden: Ik maak maar een grapje. Maar er kwam niets. Hij at gewoon door. Kalm. Methodisch. Zonder me aan te kijken.

Ik staarde hem aan. Mijn vork hing roerloos in de lucht, mijn hele