zij, en we deelden nog steeds die vertrouwde stilte.
Hij bestelde de vis. Ik ook.
In het begin praatten we over de meest alledaagse dingen. We bespraken de lastige parkeerplek, het onvoorspelbare weer van de afgelopen dagen, en de complexe afdronk van de rode wijn. Alles voelde normaal. Veilig.
Toen, precies op het moment dat hij zijn mes zachtjes en beheerst in de vis drukte—alsof hij een zorgvuldig, alledaags ritueel uitvoerde—zei hij het.
“Ik vertrek. Ik ben verliefd geworden op een ander.”
De Val in het Niets
Er viel geen