Het haarspeld die een leven bestaat

naar huis.

Dank je.

Élise.”

Camille drukte het korteje tegen haar borst.

Ze dachten aan het warme kroost. Aan de koude stem van haar oude baas. Aan de dag waarop ze dachten dat ze alles kwijt was.

En toen keek ze om zich heen.

Naar het café waar mensen haar naam kenden.

Naar Julien, die achter de bar vaak een kopje koffie inschonk.

Naar het haarspeld die nog altijd veilig in haar zak zat.

Lijkt soms een goed gebaar klein.

Te klein om iets te veranderen.

Maar je weet nooit