met hart. De handen leren de rest vanzelf.”
De volgende ochtend begon Camille in het café.
In het begin was ze onzeker. Ze was bang om fouten te maken, bang om opnieuw te veel te geven, bang dat vriendelijkheid weer tegen haar gebruikt zou worden.
Maar het café was anders.
Julien kende zijn gasten bij naam. Als iemand een slechte dag had, schonk hij stilletjes een extra kop koffie in. Als een oudere klant haar portemonnee vergat, schreef hij het bedrag op een papiertje zonder er een punt van te